HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 4. Ontvangers » 4.4 Ontvangerspecificaties

4.4 Ontvangerspecificaties (10 vragen).


Vraag 1


Van een UHF-ontvanger, bedoeld voor inbouw in een satelliet, wordt het ruisgetal bij kamertemperatuur gemeten.
Na lancering van de satelliet blijkt het ruisgetal te zijn veranderd.

Het ruisgetal na lancering is:


lager door de grote afstand tot aardse stoorbronnen
hoger omdat de voeding wordt verkregen door zonnecelen
lager door de lagere temperatuur in de ruimte
hoger door de lagere temperatuur in de ruimte


Vraag 2


De 40-meter amateurband grenst aan een omroepband.

Als 's-avonds een aantal omroepzenders door elkaar hoorbaar wordt op een in de amateurband afgestemde ontvanger is dit waarschijnlijk te wijten aan:


intermodulatie
overmodulatie
harmonischen
bijzondere propagatiecondities


Vraag 3


Om een ontvanger zo te verbeteren dat hij zwakke signalen goed hoorbaar maakt, moet men zorgen dat hij:


meer audiovermogen krijgt
een betere hf versterkingsregeling krijgt
nauwkeuriger kan worden afgestemd
intern minder ruis opwekt


Vraag 4


Bij de ontvangst van een zwak hf-telegrafiesignaal (A1A) ondervindt u hinder van een zeer sterke AM-omroepzender
die ongeveer 10 kHz boven het gewenste signaal uitzendt.
De modulatie van de AM-zender is hoorbaar op de telegrafietekens.

Deze kruismodulatie ontstaat in de:


mengtrap
hoofdtelefoon
lf-versterker
antenne-aanpassing


Vraag 5


Een ontvanger is afgestemd op een zwak AM-signaal dat gemoduleerd is met een toon van 1000 Hz.
Ongeveer 10 kHz hoger is een zeer sterk AM-signaal aanwezig dat gemoduleerd is met 1500 Hz.
Er treedt kruismodulatie op.

U hoort nu in de hoofdtelefoon:


1000 en 1500 Hz
2500 Hz
1500 Hz
1000 Hz