HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 4. Ontvangers » 4.4 Ontvangerspecificaties

4.4 Ontvangerspecificaties (10 vragen).


Vraag 1


Het ruisgetal van een UHF-ontvanger is:


omgekeerd evenredig met de bandbreedte
onafhankelijk van de bandbreedte
evenredig met de bandbreedte
evenredig met het kwadraat van de bandbreedte


Vraag 2


Sommige ontvangers voor de HF-band van 1,5 - 30 MHz hebben een middenfrequentie van 40 MHz en een vast laagdoorlaatfilter als ingangskring.

Deze constructie vergroot de kans op:


misaanpassing aan de antenne
oscilleren van de hf-versterker `
ontvangst van de spiegelfrequentle
intermodulatie


Vraag 3


De gevoeligheid van een ontvanger wordt groter indien:


de mf-frequentie verlaagd wordt
er meer lf-versterking wordt toegepast
er meer mixers worden toegepast
een goede hf-versterker voor de ingang wordt aangesloten


Vraag 4


In principe is een ontvanger voor de FM-omroepband (88 -108 MHz) te verstemmen naar de 2 meter-band.

Toch zal zo'n ontvanger in de praktijk erg tegenvallen omdat:


de begrenzer ontbreekt
de mf-bandbreedte veel te klein is
de mf-bandbreedte veel te groot is
deze ontvanger geen geschikte kanaalindeling heeft


Vraag 5


Aan de ingang van een ontvanger zijn sterke signalen aanwezig op 145,5 MHz en op 144,8 MHz.

Welke intermodulatie-producten kunnen ontstaan:


144,1 MHz en 146,2 MHz
145,5 MHz en 146,2 MHz
144,1 MHz en 144,8 MHz
144 MHz en 146 MHz