HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 6. Antennes en transmissielijnen » 6.2 Antenne-eigenschappen

6.2 Antenne-eigenschappen (10 vragen).


Vraag 1


Een halvegolf antenne wordt in het midden gevoed.

Dit is het punt van maximale:


resonantie
impedantie
spanning
stroom


Vraag 2


Een 430 MHz zender is door 25 meter coaxiale kabel (demping 16 dB/100 m) en een balun (demping 0,5 dB) verbonden met een yagi-antenne (winst 14,5 dB).
Het zendvermogen bedraagt 30 watt.

Het effectief uitgestraald vermogen (ERP) is:


100 W
30 W
1000 W
300 W


Vraag 3


Het door de antenne effectief uitgestraald vermogen (erp) is:

PE1HVH - image bij vraagnr 3
1 W erp
1000 W erp
10 W erp
0,1 W erp


Vraag 4


Een parabolische reflector wordt met een ideale belichter gebruikt op 24 GHz enheeft daarbij een gain van 30 dBi.

Als dezelfde parabolische reflector met eveneens een ideale belichter wordt gebruikt op 47 GHz, dan wordt de gain:


60 dBi
36 dBi
24 dBi
30 dBi


Vraag 5


Een in het midden gevoede halvegolfantenne is in resonantie op 7 MHz.

Bij gebruik van deze antenne op 14 MHz is de impedantie in het voedingspunt:


sterk inductief
veel lager
sterk capacitief
veel hoger