HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 6. Antennes en transmissielijnen » 6.2 Antenne-eigenschappen

6.2 Antenne-eigenschappen (9 vragen).


Vraag 1


Stelling 1
Het aan de voorzijde van een gevouwen dipool uitgezonden vermogen is groter dan het aan de achterzijde uitgezonden vermogen.


Stelling 2
De voor/achterverhouding van een gevouwen dipool is groter dan die van een yagi-antenne.


Wat is juist:


stelling 1 en 2
geen van beide stellingen
alleen stelling 1
alleen stelling 2


Vraag 2


Een koperdraad wordt voldoende hoog en vrij opgehangen als antenne. Een kant eindigt op een isolator.

De andere kant van de antenne heeft t.o.v. aarde een lage impedantie voor een zendsignaal indien de koperdraadlengte elektrisch gelijk is aan:


1/4 golflengte
1/8 golflengte
1/2 golflengte
1 golflengte


Vraag 3


Een open halvegolf dipool in de vrije ruimte heeft in het midden een impedantie van ongeveer:


600 Ω
72 Ω
36 Ω
240 Ω


Vraag 4


Een groundplane-antenne heeft in het horizontale vlak het volgende stralingsdiagram:


PE1HVH - image bij vraagnr 1
PE1HVH - image bij vraagnr 2
PE1HVH - image bij vraagnr 3
PE1HVH - image bij vraagnr 4


Vraag 5


Getekend zijn het stralingsdiagram van een enkele dipool en dat van een dipool met parasitaire reflector.

Stelling 1
Diagram A is van een dipool met reflector;
Diagram B is van een enkele dipool.


Stelling 2
De voor-achterverhouding van de dipool met reflector is groter dan die van de dipool.

Wat is juist:

PE1HVH - image bij vraagnr 5
stelling 1 en 2
alleen stelling 1
alleen stelling 2
geen van beide stellingen