HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 6. Antennes en transmissielijnen » 6.3 Transmissielijnen

6.3 Transmissielijnen (10 vragen).


Vraag 1


Een open voedingslijn naar een zendantenne dient zelf zo weinig mogelijk te stralen.

De straling van een open voedingslijn kan worden verminderd door:


de draden dikker te maken
de afstand tussen de draden groterte maken
de draden van beter geleidend materiaa! te maken
de afstand tussen de draden kleiner te maken


Vraag 2


Een 50 Ω staandegolfmeter is met coaxiale kabels van 50 Ω opgenomen tussen een zender en een antenne.
Deze meter geeft een SWR van 20:1 aan.

Dit betekent dat de:

PE1HVH - image bij vraagnr 2
zender veel vermogen levert
antenne zeer slecht is aangepast
antenne juist is aangepast
zender juist is aangepast


Vraag 3


Een halvegolf gevouwen dipool wordt via een balun in het midden gevoed door een coaxiale kabel van 75 ohm.

Voor goede aanpassing heeft de balun tussen kabel en antenne een imgedantieverhouding van:


1 : 2
1 : 1
1 : 4
2 : 1


Vraag 4


De verliezen in een coaxiale kabel:


nemen toe bij hogere frequenties
nemen af met toenemende lengte
zijn onafhankelijk van de frequentie
nemen af bij hogere frequenties


Vraag 5


Een balun met een impedantie-transformatieverhouding van 1:4 wordt toegepast om:


het richteffect te verbeteren
de antenne op de juiste frequentie in resonantie te brengen
een gevouwen dipool van 300 ohm aan een coaxiale kabel van 75 ohm aan te passen
een 300 ohm dipool aan een 300 ohm open voedingslijn aan te passen