HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 7. Propagatie » 7.1 Algemeen

7.1 Algemeen (5 vragen).


Vraag 1


Tussen de antennes van een mobiele zender en een vaste ontvanger bestaat vrij zicht.
Er treden geen reflecties op.

Als de afstand van de zender tot de ontvanger wordt verdubbeld dan zal de afgegeven spanning van de ontvangantenne:


gelijk blijven zolang de zender in zicht is
verminderen tot een kwart van zijn vorige waarde
verminderen tot de helft van zijn vorige waarde
variƫren op een onvoorspelbare wijze


Vraag 2


De demping tussen twee verticale halvegolfdipolen wordt gemeten op een bepaalde frequentie.
De antennes zijn opgesteld in de vrije ruimte.

Als de frequentie wordt verdubbeld en de afmetingen van de halvegolfdipolen hierop worden aangepast, dan zal de demping:


6 dB toenemen
3 dB toenemen
gelijk blijven
3 dB afnemen


Vraag 3


Twee amateurs hebben onderling verbinding in de 70 cm band, terwijl zij op een afstand van enkele kilometers van elkaar door een nat bos lopen.

Dit bos heeft vooral invloed op:


het ruisniveau aan de ontvangeringang
de SWR van de antennes
de trajectverliezen
de opstraalhoek


Vraag 4


De demping bij vrije-ruimtepropagatie tussen twee rondstralende antennes wordt gemeten.

Als de onderlinge afstand wordt verdubbeld dan zal de demping:


toenemen met 3 dB
toenemen met 2 dB
gelijk blijven
toenemen met 6 dB


Vraag 5


Het uitgangsignaal van een hf-telefonie-ontvanger heeft bij ontvangst van een EZB-signaal een signaallruisverhouding van 20 dB.
Om de uitgangsspanning te verhogen, wordt de versterking van de lf-versterker 6 dB vergroot.

De gemiddelde signaal / ruisverhouding aan de uitgang is nu:


14 dB
20 dB
6 dB
26 dB