HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 8. Metingen » 8.1 Meten

8.1 Meten (10 vragen).


Vraag 1


Het bepalen van het afgegeven hoogfrequentvermogen van een zender geschiedt door:


de stroom die door een juiste afsluitweerstand loopt te meten met een draaispoelampèremeter
de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand en de spanning met een draaispoelvoltmeter te meten
een dipmeter op de zenderuitgang aan te sluiten
de zender af te sluiten met een juiste afsluitweerstand en daarover met een geschikte oscilloscoop de spanning te bepalen


Vraag 2


Een voltmeter dient een zeer hoge impedantie te hebben opdat:


de te meten spanning zo weinig mogelijk wordt beïnvloed
een hoogfrequente spanning kan worden gemeten
er geen warmte in de meter ontwikkeld wordt
de meter beter beveiligd is


Vraag 3


Met de schakeling worden achtereenvolgens vier signalen met gelijke amplitude gemeten.
PE1HVH - image bij vraagnr 3
De kleinste uitslag treedt op bij:


PE1HVH - image bij vraagnr 1
PE1HVH - image bij vraagnr 2
PE1HVH - image bij vraagnr 3
PE1HVH - image bij vraagnr 4


Vraag 4


Met een dipmeter bepaalt men:


het zendvermogen
de staandegolfverhouding
de frequentiezwaaivan een FM-zender
de resonantiefrequentie van een kring


Vraag 5


Om de resonantiefrequentie van een kring te bepalen koppelt men een dipmeter:


capacitief met de condensator, met koppelsnoeren
inductief met de spoel, met zeer losse koppeling
inductief met de spoel, met zeer vaste koppeling
capacitief met de condensator, met seriecapaciteit