[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Full Exameneisen
»
8. Metingen
» 8.2 Meetinstrumenten
8.2 Meetinstrumenten (10 vragen).
Vraag 1
De gevoeligheid van een niet-elektronische universeel meter is ongeveer:
gelijkspanning: 20 kΩ/V; wisselspanning: 2 kΩ/V
gelijkspanning: 400 kΩ/V; wisselspanning: 100 kΩ/V
gelijkspanning: 1000 kΩ/V; wisselspanning: 250 kΩ/V
gelijkspanning: 100 kΩ/V; wisselspanning: 25 kΩ/V
Vraag 2
Een multimeter heeft een gevoeligheid van 20 kΩ/V. De meter is geschakeld op het 10 volt bereik.
De meter wijst 7 volt aan.
De eigen weerstand van de meter is:
200 kΩ
14 kΩ
140 kΩ
20 kΩ
Vraag 3
Als een digitale universeelmeter als spanningsmeter wordt gebruikt is de ingangsweerstand:
nul
laag
10 kΩ
zeer hoog
Vraag 4
De nauwkeurigheid van een frequentieteller wordt bepaald door de:
ingangsverzwakker
uitteesindicator
kristaloscillator
frequentiedeler
Vraag 5
De belangrijkste component van een breedband-kunstantenne is een:
draadgewonden weerstand
niet-inductieve weerstand
ijzerkernspoel
luchtspoel