[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina F/C examens
»
Full Exameneisen
»
9. Storing en immuniteit
» 9.1 Storing in elektronische apparatuur
9.1 Storing in elektronische apparatuur (10 vragen).
Vraag 1
Een omroepontvanger wordt over het hele afstembereik gestoord door een amateurstation.
De meest waarschijnlijke oorzaak is:
splatter van de zender
laagfrequent detectie in de ontvanger
slechte spiegelonderdrukking van de ontvanger
harmonischen van de zender
Vraag 2
Laagfrequentdetectie geeft de minste opvallende storing bij de volgende soort uitzending:
frequentiemodulatie
enkelzijbandmodulatie
morsetelegrafie
amplitudemodulatie
Vraag 3
Twee radiozendamateurs, die dicht bij elkaar wonen, hebben onderling een duplexverbinding in FM op 70 cm.
De ene amateur zendt op 431,5 MHz en de andere op 438,5 MHz.
In dezelfde straat worden op een portofoon beide amateurstations hoorbaar op 424,5 MHz.
Er is hier waarschijnlijk sprake van storing door:
laagfrequentiedetectie
harmonischen
overmodulatie
intermodulatie
Vraag 4
Een radiozendamateur plaatst zijn antenne op een dak waarop reeds mobilofoonantennes staan.
De mobilefoons werken op 150,5 en 155,5 MHz.
Als de amateur op 145, MHz zendt, blijkt zo nu en dan zij signaal op 155,5 MHZ hoorbaar te zijn.
De waarschijnlijke oorzaak is:
laagfrequentdetectie
intermodulatie
blokkering
overmodulatie
Vraag 5
Van een amplitude-gemoduleerde 2-meter zender is de modulatie hoorbaar uit de luidspreker van een TV-ontvanger, zelfs als de volumeregelaar hiervan op minimum is ingesteld.
De juiste conclusie is:
de buitenmantel van de TV-antennekabel is onderbroken
in de laagfrequentversterker van de TV-ontvanger treden detectieverschijnselen op
de storing zal verdwijnen als in de zender enkelzijbandmodulatie wordt toegepast
de TV-antenne heeft te weinig richteffect