HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina N/D examens » Novice Exameneisen » 10. Veiligheid » 10.2 Netvoeding

10.2 Netvoeding (8 vragen).


Vraag 1


De juiste kleuraanduiding van de draden in een netaansluiting is:


Fase: bruin; Nul: blauw; Aarde: geel/groen
Fase: blauw; Nul: bruin; Aarde: geel/groen
Fase: blauw; Nul: bruin; Aarde: zwart
Fase: bruin; Nul: blauw; Aarde: zwart


Vraag 2


Veiligheidsaarde wordt aangebracht met als doel:


het chassis (massa) van de zendinstallatie op aardpotentiaal te brengen
een mogelijk potentiaalverschil tussen de nul van het net en aarde op te heffen
de kans op burenstoring te verkleinen
de antenne-retourstroom mogelijk te maken


Vraag 3


Een transceiver wordt met een 3-aderig netsnoer aangesloten op een stopcontact met randaarde.

Dit wordt gedaan om te bereiken dat:


de aardlekschakelaar juist kan functioneren
op de metalen kast van de transceiver geen spanning kan staan
een goede hf-aarde voor de antenne wordt verkregen
de zekeringen in de transceiver correct kunnen functioneren


Vraag 4


De juiste aansluiting van de gekleurde aders van een 3-aderig snoer in de netsteker is:


Pen 1: blauw; Pen 2: bruin; Randaarde: zwart
Pen 1: bruin; Pen 2: blauw; Randaarde: geel/groen
Pen 1: rood; Pen 2: blauw; Randaarde: geel
Pen 1: blauw; Pen 2: bruin; Randaarde: groen


Vraag 5


In netvoedingen moet de aarddraad van het netsnoer worden verbonden met het metalen chassis.

Hierdoor zal in alle gevallen dat er een fout in de voeding optreedt:


de aardlekschakelaar aanspreken
de netveiligheid aanspreken
geen hf-spanning op het net komen
het chassis geen hoge spanning ten opzichte van aarde krijgen