[
Welkom
] [
Het waarom
] [
Examens
] [
Morse sectie
] [
QTH Locator
] [
Lijsten / Tabellen
] [
Documenten
] [
Link Sectie
]
Home
»
Examen oefeningen
»
Start pagina N/D examens
»
Per VRZA Hoofdstuk
» Stroomsterkte, spanning en weerstand
Stroomsterkte, spanning en weerstand (10 vragen).
Vraag 1
Voor de vervangingsweerstand van de schakeling geldt:
$$ R = R1 + { {R2 + R3} \over {R2 \times R3 } } $$
$$ R = R1 + { {R2 \times R3} \over {R2 + R3 } } $$
$$ {1 \over R} = {1 \over R1} \times {1 \over R2} \times {1 \over R3} $$
$$ {1 \over R} = { {R1 + R2 + R3} \over {R2 \times R3} } $$
Vraag 2
De vervangingsweerstand van twee weerstanden in serie:
ligt tussen de waarde van de twee weerstanden in
is altijd kleiner dan de waarde van de kleinste weerstand
is altijd groter dan de waarde van de grootste weerstand
Vraag 3
De vervangingsweerstand is:
2,5 Ω
10 Ω
40 Ω
5 Ω
Vraag 4
Drie weerstanden van elk 300 ohm worden parallel geschakeld.
De vervangingswaarde is:
300 Ω
900 Ω
100 Ω
Vraag 5
Drie weerstanden worden parallel geschakeld.
De waarden zijn: 10, 15 en 30 ohm.
De vervangingsweerstand is:
7,7 Ω
55 Ω
5 Ω
18,3 Ω