HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina N/D examens » Per PA4TON N-module » Voorschriften 2004 - 2020(1)

Voorschriften 2004 - 2020(1) (10 vragen).


Vraag 1


Een AM-zender wordt gemoduleerd met spraak.

De klasse van uitzending is:


F1D
F3A
J1B
A3E


Vraag 2


Een amateurstation zendt in spraak in de klasse van uitzending F3E.

Voor de voorgeschreven identificatie geldt dat het amateurstation mag uitzenden in:


alleen in F2A
alleen in F3E
onder andere F3E, G3E en R3E
elke klasse van uitzending


Vraag 3


Een zender werkt met een klasse van uitzending F3E (FM).
Het gemiddelde vermogen dat door de eindtrap aan de antenne-inrichting wordt afgegeven bedraagt 8 watt.

Volgens de 'gebruikersbepalingen' is het zendvermogen:


4 W
16 W
8 W
1 W


Vraag 4


In de 'gebruikersbepalingen' wordt onder het radiostation verstaan:


de radiozendapparaten op het vaste adres
één of meer radiozendapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen
één of meer radiozendapparaten met uitzondering van radiozendapparaten die niet op het vaste adres staan opgesteld
één of meer radiozendapparaten met de daarbij behorende ontvangers


Vraag 5


Een N-vergunninghouder heeft een radioverbinding met een andere N-vergunninghouder op 145,5 MHz.

Wat is juist?


tijdens de uitzending dienen de N-vergunninghouders de radioverbindingen van A-vergunninghouders voorrang te verlenen, indien deze storing ondervinden van de N-vergunninghouders
tijdens de uitzending dienen de N-vergunninghouders de radioverbindingen van C-vergunninghouders voorrang te verlenen
de N-vergunninghouders hoeven aan andere vergunninghouders geen voorrang te verlenen