HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina N/D examens » Per PA4TON N-module » Voorschriften 2004 - 2020(2)

Voorschriften 2004 - 2020(2) (10 vragen).


Vraag 1


Een zendamateur zendt uit in de klasse van uitzending J3E (EZB).
Het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen,
gerekend over één periode van de hoogfrequent uitgangswisselspanning tijdens het maximum van de omhullende, bedraagt 100 watt.

Volgens de 'gebruikersbepaling' is het zendvermogen:


25 W
100 W
400 W
200 W


Vraag 2


Welke combinatie van mogelijkheden mag de radiozendamateur met een F-registratie gebruiken?


zendvermogen 120 W; frequentie 29,9 MHz
zendvermogen 400 W; frequentie 138,0 kHz
zendvermogen 120 W; frequentie 3400,1 MHz
zendvermogen 400 W; frequentie 1250,1 MHz


Vraag 3


Op het vaste adres van de geregistreerde radiozendamateur staat het amateurstation zodanig opgesteld dat door het indrukken van de microfoonschakelaar de zender in bedrijf komt.
De radiozendamateur is niet aanwezig.

Wat is juist?


de radiozendamateur handelt correct ais hij aan z'n huisgenoten heeft verteld dat niemand aan het amateurstation mag komen
dit is toegestaan als het bewijs van registratie aanwezig is
dit is in strijd met de voorschriften en beperkingen
dit is toegestaan


Vraag 4


Tijdens een amateurradio-uitzending moet de radiozendamateur er voor zorgdragen dat:


de zendfrequentie zo stabiel mogelijk is
de grenzen van de hem toegewezen frequentiebanden en het toegestane zendvermogen niet worden overschreden
het maximum zendvermogen niet wordt overschreden
het zendvermogen constant blijft


Vraag 5


Een radiozendamateur in de categorie N zendt uit op 145,798 MHz.

Dit is:


toegestaan met F3E als klasse van uitzending
toegestaan
niet toegestaan