[ Welkom ] [ Het waarom ] [ Examens ] [ Morse sectie ] [ QTH Locator ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Documenten ] [ Link Sectie ]
Spraak en muziek zijn van oorsprong audiosignalen: een microfoon zet geluidstrillingen om in spanningsvariaties. Een audiosignaal is analoog: het kan elke waarde aannemen. Het hoorbare gebied loopt van 20 Hz tot 20 000 Hz; voor verstaanbare spraak via een zender is 300 tot 3000 Hz genoeg.
Een digitaal signaal kent maar twee toestanden: 0 en 1 (uit en aan). Een met een morsesleutel geschakelde gelijkspanning is een digitaal signaal; in een CW-zender is het modulerende signaal dus digitaal.
Zet je de spanning uit tegen de tijd, dan is een audiosignaal een grillige, vloeiende lijn met veel frequenties tegelijk. Een digitaal signaal springt tussen twee niveaus: bij de seinsleutel staat er spanning (1) zolang de sleutel is ingedrukt en geen spanning (0) als hij los is.