[ Welkom ] [ Het waarom ] [ Examens ] [ Morse sectie ] [ QTH Locator ] [ Lijsten / Tabellen ] [ Documenten ] [ Link Sectie ]
Reken met effectieve waarden: \( U_{eff} = {U_{max} \over \sqrt{2}} \approx 0{,}7 \cdot U_{max} \). Een sinus met Umax = 10 V aan 10 Ω: Ueff = 7,07 V, P = 50 / 10 = 5 W (gelijk aan \( {U_{max}^2 \over 2R} \)). Een stroom met Imax = 10 A door 10 Ω: P = 50 x 10 = 500 W. Vermogen gaat met het kwadraat van spanning of stroom: 16 W naar 4 W halveert de antennestroom.
\( dB = 10 \cdot \log {P_2 \over P_1} \)
| dB | 0 | 3 | 6 | 10 | 20 |
|---|---|---|---|---|---|
| + (versterking) | x 1 | x 2 | x 4 | x 10 | x 100 |
| − (verzwakking) | x 1 | x ½ | x ¼ | x 1/10 | x 1/100 |
Bij gelijke weerstand geldt voor spanning of stroom: x 1,4 is 3 dB, x 2 is 6 dB (10 V naar 14 V: ongeveer 3 dB). Voorbeelden: 5 W naar 20 W is 6 dB; 150 W naar 15 W is −10 dB, dus S9+20 dB wordt S9+10 dB. Een spanningsversterking van 8 x bij gelijke in- en uitgangsweerstand is een vermogensversterking van 64 x.
De dB's worden opgeteld, verzwakkingen met een minteken: +10 dB, −4 dB en +6 dB is samen 12 dB. Een kabel met 9 dB per 100 m halveert (−3 dB) het vermogen na ongeveer 33 m. In een verzwakker wordt het verschil tussen in- en uitgaand vermogen warmte: 12 W in en −6 dB geeft 3 W uit, dus 9 W dissipatie.
Een bron levert het grootste vermogen als de belastingsweerstand gelijk is aan de inwendige weerstand (Ru = Ri); dan gaat de helft van het vermogen in Ri verloren (rendement 50%). Bij een zender zorg je voor aanpassing om zoveel mogelijk vermogen in kabel en antenne te krijgen: 50 Ω op 50 Ω.
Het ingangsvermogen van een eindtrap is U x I uit de voeding; wat niet als uitgangsvermogen naar buiten gaat, wordt warmte (dissipatie).
PEP is het gemiddelde vermogen over één hf-periode op de top van de omhullende: \( PEP = {(U_{top} / \sqrt{2})^2 \over R} \). Op de oscilloscoop lees je Utop af als de helft van de top-topwaarde van de omhullende. Voorbeeld: Utop = 100 V over 50 Ω geeft (70,7)2 / 50 = 100 W.