13.1 Maatschappelijke verantwoordelijkheden van de radiozendamateur
13.1.1 gewenst gedrag in het radioverkeer:
Binnen de Amateurdienst:
- Eerst luisteren, dan zenden; een frequentie is nooit van jou alleen.
- Identificeer je correct, geef eerlijke rapporten, blijf rustig en gebruik geen krachttermen.
- Gebruik niet meer vermogen dan nodig (13.2).
Tegenover andere diensten:
- Op banden waar de amateurdienst secundair is, geef je voorrang aan de primaire diensten.
- Hoor je verkeer dat niet voor jou bestemd is (bijv. een gesprek tussen bekende personen of professioneel radioverkeer),
dan mag je de inhoud niet bekendmaken of gebruiken.
IARU-aanbevelingen: de IARU-bandplannen verdelen elke band in delen voor CW, smalle digitale modes, spraak, bakens,
repeaters enz. Zij zijn aanbevelingen binnen de amateurdienst, niet wettelijk vastgelegd, maar je houdt je er wel aan.
Zij dienen om storing tussen amateurstations onderling te verminderen. Voorbeeld: een CW-verbinding op de repeater-uitgangsfrequentie
145,650 MHz is wettelijk toegestaan, maar niet in overeenstemming met het IARU-bandplan.
13.1.2 opheffen van storing
- Stoort je station een andere dienst (bijv. een vliegveld of de politie), dan staak je de uitzending zodra je
ervan op de hoogte bent, tot de oorzaak is opgeheven.
- Komt de storing door je eigen zender (bijv. harmonischen op 15 m die de tv van de buren storen), dan gebruik je die band niet
tot het is opgelost.
- Negeer een klacht niet; werk mee om de storing op te heffen of in elk geval zo klein mogelijk te maken. Oorzaken en maatregelen: zie
9.1–9.3.
13.1.3 reageren op noodverkeer
- Noodverkeer (MAYDAY, SOS) gaat voor alles: stop je eigen verkeer en stoor niet.
- Luister, noteer de gegevens (wie, waar, wat, tijd) en waarschuw zo nodig de hulpdiensten (112).
- Help alleen mee als je echt iets kunt toevoegen, bijv. een bericht doorgeven dat het station in nood zelf niet kwijt kan.
Noodsignalen en communicatie bij rampen: 11.1.