HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 4. Ontvangers » Werking ontvangerschakelingen

4.3 Werking en functies van de volgende schakelingen

PE1HVH - Exameneisen 4.3 Ontvangerschakelingen: blokschema van een superheterodyne-ontvanger

4.3.1 hf-versterker [smalband of breedband]

Versterkt de zwakke antennesignalen tot boven het ruisniveau van de mengtrap: de hf-versterker bepaalt vooral de gevoeligheid, op VHF vooral het ruisgetal. Een smalbandige (afgestemde) ingang onderdrukt verafgelegen signalen en de spiegelfrequentie; een breedbandige versterker hoeft niet mee te worden afgestemd, maar laat meer sterke signalen door. Niet meer versterken dan nodig, anders raakt de mengtrap overstuurd.

4.3.2 oscillator [vast en variabel]

Wekt de hulpfrequentie voor de mengtrap. Met de variabele oscillator (VFO) stem je af: bij het verstemmen verandert de oscillatorfrequentie. Een vaste oscillator (kristal) is stabiel, bijvoorbeeld als tweede oscillator in een dubbelsuper. De oscillator bepaalt de frequentiestabiliteit van de ontvanger; oscillator en middenfrequentie samen bepalen de ontvangfrequentie.

4.3.3 mengtrap

Zet het ontvangen signaal om naar de vaste middenfrequentie: \( f_{mf} = | f_{osc} - f_{ontv} | \). Ligt de oscillator erboven, dan is fosc = fontv + fmf (7,055 + 0,455 = 7,510 MHz); ligt hij eronder, dan fontv − fmf (12 − 1,5 = 10,5 MHz). In examenvragen zonder nadere aanduiding: staan som en verschil allebei bij de antwoorden, kies dan de som; staat alleen het verschil erbij, dan het verschil. De modulatie blijft gelijk: een FM-zwaai van 3 kHz is in de mf ook 3 kHz.

De spiegelfrequentie ligt aan de andere kant van de oscillator, op 2 x fmf van de ontvangfrequentie. Een hoge mf onderdrukt de spiegel beter, een lage mf geeft een betere nabijselectiviteit; een dubbelsuper combineert beide.

PE1HVH - Exameneisen 4.3 Ontvangerschakelingen: spiegelfrequentie

4.3.4 middenfrequentversterker

Versterkt het signaal uit de mengtrap op een vaste frequentie en voert het toe aan de detector. Het mf-filter (vaak een kristalfilter) bepaalt de bandbreedte en dus de selectiviteit: AM ongeveer 6 kHz, EZB 2,4–2,7 kHz, CW ongeveer 500 Hz, FM 10–12 kHz.

4.3.5 begrenzer

In een FM-ontvanger tussen mf-versterker en detector. Hij begrenst de amplitude, zodat de detector een signaal van constante amplitude krijgt; amplitudestoringen (vonkstoring) verdwijnen, de frequentie-informatie blijft.

4.3.6 detector

Haalt het laagfrequentsignaal uit het mf-signaal. AM: een diode met een laagdoorlaatfilter volgt de omhullende. FM: een discriminator zet de frequentievariaties om in een lf-spanning. Met flankdetectie (afstemmen op de flank van het mf-filter) kun je FM met een AM-ontvanger hoorbaar maken.

4.3.7 zwevingsoscillator [BFO]

Nodig bij CW (A1A) en EZB: de BFO levert de ontbrekende draaggolf. Hij werkt dicht bij de middenfrequentie; het verschil is de toon die je hoort (mf 756 kHz, BFO 757 kHz: 1 kHz). Ligt de oscillator boven de ontvangfrequentie, dan keert de zijband in de mf om; de BFO komt dan aan de andere kant van het filter (mf 500 kHz, 3 kHz breed, USB op 20 m met de 1e oscillator op 14,7 MHz: BFO op 501,5 kHz).

4.3.8 productdetector

Detector voor EZB en CW: mengt het mf-signaal met het BFO-signaal; het verschil is het lf-signaal. In een dubbelsuper met 9 MHz en 455 kHz werkt de oscillator van de productdetector rond 455 kHz.

4.3.9 lf-versterker

Versterkt het detectorsignaal tot voldoende vermogen voor luidspreker of hoofdtelefoon. Een uitgangstransformator past aan de luidsprekerimpedantie aan; de volumeregeling zit vóór de lf-versterker.

4.3.10 automatische versterkingsregeling

Een gelijkgericht deel van het detectorsignaal geeft een gelijkspanning die evenredig is met de signaalsterkte. Die regelt de versterking van de mf- en vaak de hf-trap (niet de oscillator), zodat de uitgangsspanning ongeveer constant blijft. Een RC-laagdoorlaatfilter haalt de lf eruit. Bij EZB snel regelen bij een sterk signaal en langzaam terug, met een afvaltijd van ongeveer 1 seconde (examenwaarde).

4.3.11 s-meter

Wijst de signaalsterkte aan, gestuurd door de AVR-spanning. S1 tot S9 in stappen van 6 dB; S9 is 50 µV op de ingang (HF), 5 µV (VHF); daarboven in dB, bijvoorbeeld S9 + 20 dB.

4.3.12 ruisonderdrukker [squelch]

Schakelt de lf-versterker af zolang er geen signaal is, zodat je geen ruis hoort.





Referenties/bronnen:
VRZA Cursus radio zend amateur
CBR - Exameneisen radiozendamateurs Full (met ingang van 1 december 2024)