HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 6. Antennes en transmissielijnen » Antennetypen

6.1 Antennetypen

6.1.1 halvegolfantenne met voeding in het midden

Antenne type halve dipool in het midden gevoedEen halvegolfantenne is een antenne met een elektrische lengte van een halve golflengte.

Deze halve golf antenne wordt in het midden gevoed. De stroom is in het midden maximaal.

De spanning is in het midden minimaal. In theorie heeft de dipool een impedantie van 73 Ω op zijn voedingspunt, maar in praktijk zal dat lager uit vallen. Hierdoor is dit type antenne geschikt voor een coaxkabel van 50 Ω.

Lengte: een halve golflengte, door het eindeffect (factor ongeveer 0,95) iets korter dan \( \lambda / 2 \) in de vrije ruimte. Voor 7 MHz: \( {300 \over 7} \cdot {1 \over 2} \cdot 0{,}95 \approx 20{,}4 \) m. Korter maken verhoogt de resonantiefrequentie.

6.1.2 halvegolfantenne met voeding aan het einde

Antenne type halve dipool eind gevoedIn tegenstelling tot de middengevoede dipool is hier op het voedingspunt de stroom minimaal en de spanning maximaal.

Hierdoor is het voedingspunt hoogohmig.

Het voordeel is als het voedingspunt aan de zenderkant is, dan kan er een korte voedingskabel toegepast worden, waardoor een eventuele beinvloeding van de kabel op de antenne minder is.

Nadeel: de hoge hf-spanning bij het voedingspunt, en meer kans op storing (zie 9.3).

6.1.3 gevouwen dipool

Een halvegolfdipool waarvan het uiteinde teruggevouwen is tot een gesloten lus. De voedingsimpedantie is ongeveer 4 x zo hoog: een kleine 300 Ω. Het stralingsdiagram en het uitgestraalde vermogen veranderen niet ten opzichte van een gewone dipool.

6.1.4 kwartgolf verticale antenne [groundplane]

Een verticale straler van een kwart golflengte met radialen (ook ongeveer een kwart golflengte) als kunstmatig grondvlak. Verticaal gepolariseerd en in het horizontale vlak rondstralend. Voetpuntimpedantie ongeveer 36 Ω met horizontale radialen; schuin naar beneden gebogen radialen (hoek ongeveer 120–135° met de straler) brengen die naar ongeveer 50 Ω. Voorbeeld: 10 m lang en 36 Ω is \( \lambda = 40 \) m, dus ongeveer 7,5 MHz.

6.1.5 antenne met parasitaire elementen [Yagi]

Een gevoed element (de straler, vaak een gevouwen dipool) met niet-gevoede, parasitaire elementen: een reflector erachter (iets langer dan \( \lambda / 2 \)) en een of meer directors ervoor (iets korter). De meeste energie gaat naar de kant van de directors. Meer directors geven meer richtwerking, meer winst en een betere voor/achterverhouding.

6.1.6 apertuurantennes (parabolische reflector, hoorn)

De opening (schotel of hoorn) is veel groter dan de golflengte; daarom worden ze vooral boven ongeveer 1 GHz gebruikt (bijv. de 10 GHz-amateurband). Een hoorn in het brandpunt belicht de parabool. Hoe groter de diameter ten opzichte van de golflengte, hoe meer winst en hoe smaller de bundel.

6.1.7 dipool met sperkringen [traps]

In elke dipoolhelft zit een parallelkring (trap), afgestemd op de hoogste band. Op die band is de trap hoogohmig en werkt alleen het binnenste deel als halvegolfdipool; op de lagere band werkt de trap als verlengspoel en doet de hele antenne mee. Zo is de antenne op meer dan één band bruikbaar. Nadeel: harmonischen van de zender kunnen sterker worden uitgestraald.





Referenties/bronnen:
VRZA Cursus radio zend amateur
CBR - Exameneisen radiozendamateurs Full (met ingang van 1 december 2024)