HAM Radio ZendExamens Banner  [ Welkom ]  [ Het waarom ]  [ Examens ]  [ Morse sectie ]  [ QTH Locator ]  [ Lijsten / Tabellen ]  [ Documenten ]  [ Link Sectie ] 
Home » Examen oefeningen » Start pagina F/C examens » Full Exameneisen » 6. Antennes en transmissielijnen » Antenne-eigenschappen

6.2 Antenne-eigenschappen

6.2.1 stroom- en spanningsverdeling

Op een halvegolfantenne staat een staande golf: de stroom is maximaal in het midden en nul aan de uiteinden, de spanning precies andersom. Aan het open einde van een draadantenne is er altijd een spanningsmaximum en een stroomminimum.

6.2.2 impedantie in het voedingspunt

Laag waar de stroom groot is, hoog waar de spanning groot is: midden van een halvegolfdipool ongeveer 73 Ω, gevouwen dipool ongeveer 300 Ω, groundplane ongeveer 36 Ω (schuin naar beneden gebogen radialen: hoger, naar 50 Ω), aan het einde van een halvegolfantenne zeer hoog. Een dipool voor 7 MHz op 14 MHz gebruikt is een hele golflengte lang: in het midden zit dan een spanningsmaximum, dus de impedantie is veel hoger.

6.2.3 capacitieve of inductieve impedantie buiten resonantie

Is de antenne te kort (frequentie onder de resonantie), dan is zij capacitief; te lang (frequentie erboven) inductief. Een te korte antenne breng je in resonantie met een verlengspoel in serie; seriespoelen verlagen de resonantiefrequentie, korter maken verhoogt haar.

6.2.4 polarisatie

De richting van het elektrische veld, bepaald door de stand van de straler ten opzichte van het aardoppervlak: horizontaal of verticaal. Bij een Yagi bepaalt de stand van de elementen de polarisatie.

6.2.5 richteffect, rendement en antennewinst

Een richtantenne bundelt het vermogen in één richting en overbrugt daardoor grotere afstanden (een reflector achter een dipool vergroot de reikwijdte van een UHF-zender het meest). Winst wordt opgegeven ten opzichte van een dipool (dBd) of van een isotrope straler (dBi): dBi = dBd + 2,15. Het rendement is het deel van het toegevoerde vermogen dat werkelijk wordt uitgestraald. Bij een parabool: 2 x de diameter of 2 x de frequentie geeft 6 dB meer winst en een smallere bundel.

6.2.6 effectief uitgestraald vermogen [ERP, EIRP]

ERP = vermogen aan de antenne x winst ten opzichte van een dipool. Trek eerst de kabel- en balunverliezen (dB) af en tel de antennewinst (dBd) erbij. Voorbeeld: 15 W en 6 dB winst (factor 4) geeft 60 W ERP. EIRP is 2,15 dB (factor 1,64) hoger dan ERP.

6.2.7 voor/achterverhouding

De verhouding tussen het vermogen naar voren en naar achteren, in dB. Bij 10 dB en 100 W ERP naar voren gaat er naar achteren 10 W.

6.2.8 horizontale en verticale stralingsdiagrammen

Een halvegolfdipool in de vrije ruimte straalt maximaal loodrecht op de draad en niet in de lengterichting (een acht in het vlak door de draad); een verticale dipool straalt dus horizontaal rondom. Een verticale groundplane straalt in het horizontale vlak gelijkmatig in alle richtingen. Het verticale diagram van een horizontale antenne hangt af van de hoogte boven de grond (zie 7.2).

6.2.9 effectief opvangend oppervlak

Het oppervlak waarover een ontvangstantenne vermogen uit het veld opneemt. Het is evenredig met \( \lambda^2 \): een dipool voor 144 MHz heeft een 9 x zo groot effectief oppervlak als een dipool voor 432 MHz (3 x de golflengte). Bij gelijke veldsterkte ontvangt de 432 MHz-dipool dus 1/9 van het vermogen, ofwel 1/3 van de spanning.





Referenties/bronnen:
VRZA Cursus radio zend amateur
CBR - Exameneisen radiozendamateurs Full (met ingang van 1 december 2024)