9.2 Oorzaak van de storing in elektronische apparatuur
9.2.1 veldsterkte van de zender
De veldsterkte (V/m) is groter naarmate het vermogen hoger is en neemt snel af met de afstand; de vermogensdichtheid (W/m²)
neemt kwadratisch af. Een richtantenne (Yagi) bundelt het vermogen: in de bundelrichting is de kans op storing het grootst.
Een goed werkend apparaat kan dus alleen al door de hoge veldsterkte gestoord worden.
9.2.2 ongewenste uitstraling van de zender [parasitaire uitstraling, harmonischen]
- Harmonischen: veelvouden van de zendfrequentie (het minst bij klasse A, het meest bij klasse C). Een 15-meterzender (21 MHz)
kan met de 3e harmonische TV-kanaal 4 (61–68 MHz) storen; een 2-meterzender met de 4e harmonische de UHF-TV.
- Parasitaire uitstraling: oscillatorfrequenties, mengproducten en ongewenste oscillaties in de zender.
- Overmodulatie geeft een te brede uitzending (splatter).
9.2.3 ongewenste beïnvloeding van de apparatuur
- Via de antenne-ingang [antennespanning, ingangsselectiviteit]: het sterke signaal komt via de antenne binnen; een slecht
selectieve ingangstrap wordt overbelast (TV gestoord op de meeste kanalen), of er ontstaat interferentie of intermodulatie.
Een oude middengolfontvanger kan het zendersignaal ook mengen met harmonischen van zijn eigen oscillator.
- Via andere aangesloten leidingen: netsnoer, luidsprekersnoeren en signaalkabels werken als antenne; meestal gevolgd door
laagfrequentdetectie.
- Door directe instraling: het veld komt rechtstreeks op de print. Herkenbaar doordat de storing blijft, ook met netfilter,
smoorspoelen in de luidsprekerleidingen en losgenomen signaalkabels.